De gemeentelijke heffingen zijn na de algemene uitkering uit het gemeentefonds de grootste inkomstenbron van de gemeente. Met de heffingen is in 2018 20% van de gemeentelijke inkomsten gegenereerd. In het onderstaande overzicht worden de inkomsten van de diverse gemeentelijke heffingen nader gespecificeerd:

Uit het bovenstaande overzicht blijkt dat in 2018 de inkomsten uit gemeentelijke heffingen ongeveer € 464.000 hoger zijn dan begroot. De hogere opbrengst is met name het saldo van hogere opbrengsten uit leges ad. € 286.000.
De hogere legesopbrengsten betreffen met name:
- Leges omgevingsvergunning € 172.000
- Leges reisdocumenten en leges “overige documenten Burgerzaken (m.n. de naturalisatieaanvragen) € 102.000
De hogere opbrengsten voor de legesvergunningen kan verklaard worden door:
- Er zijn meer vergunningen aangevraagd dan verwacht (woningbouw en industrie) door de aantrekkende economie;
- De realisatie van industriegebouwen in het klavertje4 gebied zorgt voor een piekvorming ten opzichten van het normaal. De omvang van de bouwvolume is dusdanig dat één enkele vergunningaanvraag sneller het verschil kan maken in de legesopbrengsten dan van te voren is voorzien.
Bij de primaire begroting 2018 alsook bij de 1e bijstelling zijn de verwachte legesopbrengsten reeds naar boven bijgesteld in verband met bovenstaande ontwikkelingen. De hogere legesopbrengsten betekenen ook dat de werkelijke kostendekkendheid van de leges titel 2 (van de tarieventabel behorende bij de legesverordening) uiteindelijk 138% bedraagt (zie later in deze paragraaf).
Beleid gemeentelijke heffingen
De gemeentelijke heffingen vormen een integraal onderdeel van het gemeentelijke beleid. In het coalitieakkoord 2014 - 2018 is bepaald dat m.b.t. de gemeentelijke belastingen wordt nagestreefd dat de lastendruk (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) voor burgers en bedrijven gemiddeld gelijk blijft en dat alleen voor inflatie kan worden gecorrigeerd.
Voor 2018 is voor de toeristenbelasting, het rioolaansluitrecht, precariobelasting, marktgelden, reclamebelasting, lijkbezorgingsrechten en leges, een inflatiecorrectie van 1,4% ten opzichte van 2017 gehanteerd.
Kabinetsplannen belastingherziening / verschuiving van het belastinggebied
De kabinetsvoorstellen voor belastingherziening waarbij een gedeeltelijke verschuiving van de rijksbelastingen naar lokale belastingen zou plaatsvinden, wordt overgelaten aan het nieuwe kabinet. In 2018 zijn hierin geen verdere ontwikkelingen te noemen.
In het vervolg van de paragraaf Lokale heffingen wordt toegelicht in hoeverre de hierboven genoemde doelen in 2018 zijn gerealiseerd.
Doelstelling
Maximaal 100% kostendekkendheid voor heffingen die hoogstens 100% kostendekkend mogen zijn.
Maatregelen
- Jaarlijks brengen we de totaal begrote en werkelijke kosten en opbrengsten van de heffingen die maximaal kostendekkend mogen zijn in beeld.
Kostendekkendheid
Vanaf de begroting 2017 is iedere gemeente verplicht in de paragraaf lokale heffingen de kostendekkendheid van de tarieven die op basis van de Gemeentewet maximaal kostendekkend mogen zijn, inzichtelijk te maken. Per heffing wordt in deze paragraaf dan ook op hoofdlijnen inzicht gegeven hoe bij de berekening van de tarieven van heffingen de werkelijke baten de werkelijke lasten niet overschrijden. Voor Horst aan de Maas gaat het hierbij om:
- de afvalstoffenheffing,
- reinigingsrechten,
- rioolheffing,
- rioolaansluitrecht,
- marktgelden,
- lijkbezorgingsrechten en
- de leges.
Per heffing worden de directe kosten, overhead, BTW en opbrengsten weergegeven. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- Directe kosten zijn de kosten die direct aan een heffing kunnen worden toegerekend en ook als zodanig in de financiële administratie staan (Bijvoorbeeld directe personeelslasten, rijksleges, geleverde diensten t.b.v. de heffing, kapitaallasten).
- De overhead is op basis van de hierboven vermelde directe personeelslasten aan de heffing toegerekend
- De inkoop-BTW is als last meegenomen.
- De opbrengsten zijn gebaseerd op de tarieven 2018 zoals die in de paragraaf genoemd worden.
Voor de toerekening van de overhead heeft iedere gemeente een eigen beleidsvrijheid. De kostentoerekening van de overhead heeft net als bij de begroting 2018 plaatsgevonden op basis van de personeelslasten. Deze methode sluit het meest aan op de kostentoerekeningen zoals we die in het verleden hebben gehanteerd.
In deze paragraaf wordt de kostendekkendheid per heffing op basis van deze toerekening van de overhead inzichtelijk gemaakt. De systematiek van toerekenen van de overhead via de personeelslasten betekent dat een relatief groter bedrag toegerekend wordt aan arbeidsintensieve taken. De rechtvaardiging hiervoor is dat de ondersteuning en de aansturing voornamelijk zijn gericht op de mensen die de taken uitvoeren.
Onroerende Zaak Belastingen (OZB)
De OZB wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken.

De tarieven voor de OZB, de riool- en de afvalstoffenheffing zijn in 2018 in onderlinge samenhang bezien, waarbij t.o.v. 2017 voor de gemiddelde totale lastendruk voor de inwoners en bedrijven is uitgegaan van de nullijn (exclusief inflatiecorrectie van 1,4%).
In de kadernota 2017 is bepaald de OZB lastendruk tussen de tarieven van woningen en de tarieven van niet-woningen meer in balans te brengen. Hierbij is bepaald dat het OZB-tarief voor woningen in 2018 met 5,3% wordt verlaagd, terwijl de OZB-tarieven voor niet-woningen worden verhoogd. Uitgangspunt hierbij is dat de totale OZB-opbrengsten gelijk blijven. Dit betekent dat de tarieven van niet-woningen (naast de inflatiecorrectie van 1,4%) zijn verhoogd met 12,4%. Het gevolg hiervan is dat er een lastendruk verschuiving plaatsvindt van burgers naar bedrijven.
Reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing)
De reinigingsheffingen bestaan uit de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten. Uitgangspunt is dat de reinigingsheffingen kostendekkend zijn. De afvalstoffenheffing wordt geheven van huishoudens om de kosten te dekken voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Dit zijn niet alleen de kosten voor de wekelijkse afvalinzameling, maar ook kosten voor de inzameling van glas, oud papier, klein chemisch afval en dergelijke.
Reinigingsrechten worden geheven van bedrijven die gebruik maken van de gemeentelijke afval-inzameldienst. De tarieven voor de afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens) en de reinigingsrechten zijn gelijk.
Bij het vaststellen van de tarieven voor 2018 (19 december 2017) heeft de gemeenteraad van Horst aan de Maas besloten het verschil in de tarieven voor een eenpersoonshuishouden en een meerpersoonshuishouden te vergroten door de voor 2018 (geïndexeerde) tarief voor de basisheffing voor een eenpersoonshuishouden te verlagen met 10%. Naast de differentiatie met het basistarief bestaat er tevens een differentiatie met de betaalde afvalzakken voor restafval.
De gemiddelde lasten zijn in 2018 t.o.v. 2017 verhoogd met 1,4%.


Rioolheffing
De (verbrede) rioolheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing. Hiermee worden kosten verhaald van collectieve maatregelen, die de gemeente noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering. Ook de kosten voor de maatregelen die nodig zijn ten aanzien van hemelwater en grondwater worden hiermee verhaald.
Het huidige gemeentelijke rioleringsplan (VGRP) is op 8 november 2016 vastgesteld door de gemeenteraad en heeft een looptijd van 2017-2021. Het kostendekkende tarief is conform de VGRP voor 2018 bepaald op € 192. De tarieven zijn een vast bedrag per eigendom. Uitgangspunt is dat de rioolheffing kostendekkend is.
In het onderstaande overzicht staat de ontwikkeling van de rioolheffing aangegeven.


Woonlasten in de gemeente Horst aan de Maas
Bij de berekening van de lastendruk in de gemeente Horst aan de Maas worden de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing meegenomen. Bij de berekening van de lastendruk voor bedrijven in de gemeente Horst aan de Maas worden de OZB en de rioolheffing meegenomen. De vergelijking is dan ook op basis van dezelfde uitgangspunten gebeurd.

Huishoudens
Een huishouden in Horst aan de Maas had in 2018 een lastendruk die 2,1% boven het regionale gemiddelde ligt. In 2017 was dit nog 6,1%.
De gemiddelde lastendruk voor een huishouden in Horst aan de Maas is in 2018 met 1,5% gedaald. Regionaal (Noord-Limburg) was er een stijging van 2% te zien, terwijl er landelijk sprake was van een stijging van ongeveer 0,7%.
De daling van de gemiddelde lastendruk in Horst aan de Maas is het gevolg van de verlaging van het OZB-tarief woningen in 2018. Conform het raadsbesluit tot vaststelling van de OZB, reinigingsheffing en afvalstoffenheffing is het OZB-tarief 2018 meer in balans gebracht met de regionale tarieven. In het amendement behorende bij de Kadernota 2017 is vastgelegd dat het OZB-tarief voor woningen in 2018 (en 2019) met 5% (exclusief inflatiecorrectie) worden verlaagd.
Bedrijven
Een gemiddeld bedrijf in Horst aan de Maas had in 2018 een lastendruk die 4,0% onder het regionale gemiddelde lag. In 2017 was dit nog 11,2% en daarvoor 11,6%.
De lasten voor de bedrijven in Horst aan Maas zijn in 2018 harder gestegen dan in de regiogemeenten. In Horst aan de Maas was er in 2018 een stijging van 12,2% terwijl regionaal de lasten gemiddeld met 3,8% zijn gestegen. Conform het bovengenoemd raadsbesluit zijn de OZB-tarieven niet-woningen 2018 meer in balans gebracht met de regionale tarieven. In het amendement behorende bij de Kadernota 2017 is vastgelegd dat de OZB-tarieven voor niet-woningen in 2018 (en 2019) worden verhoogd ten gunste van het OZB-tarief woningen.
Rioolaansluitrecht
Het rioolaansluitrecht is een éénmalige vergoeding van de eigenaar van een pand dat op de riolering wordt aangesloten.

Toeristenbelasting
Toeristenbelasting wordt geheven van degene die tegen een vergoeding gelegenheid geeft tot overnachten. De belasting wordt geheven voor alle overnachtingen van personen die niet in de gemeentelijke basisregistratie staan ingeschreven. Dit kunnen zowel toeristen als arbeidsmigranten zijn.
De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel, wat betekent dat de gemeente vrij is in de besteding van de inkomsten.
In de kadernota 2017 is bepaald dat de tarieven van de toeristenbelasting worden gecorrigeerd met de inflatiecorrectie (2018: +1,4%) waarbij het hoge tarief extra wordt verhoogd met € 0,09.

Regionaal gezien is de toeristenbelasting in 2018 gemiddeld € 1,21 (hoog tarief € 1,33, laag tarief € 1,10) per overnachting. Het hoge tarief in Horst aan de Maas ligt in 2018 5% boven het regionale gemiddelde en het lage tarief ca. 23% onder het regionale gemiddelde. Gemiddeld gezien is het tarief toeristenbelasting in Horst aan de Maas 8% lager dan het regionale gemiddelde.
Toeristenbelasting EcdP en Grandorse
Belanghebbenden zijn geïnformeerd over de toeristenbelasting. Nadat de aangiften voor de toeristenbelasting zijn ontvangen zullen er aanslagen toeristenbelasting opgelegd gaan worden.
Baatbelasting
Baatbelasting wordt geheven ter dekking van door de gemeente aangelegde voorzieningen in de openbare ruimte. De particuliere eigendommen die gebaat zijn, worden in de heffing van de baatbelasting meegenomen. Er is in 2018 nog één baatbelasting geheven, te weten de baatbelasting voor de riolering aan de Kreuzelweg. Deze loopt nog tot 2023. Bij het vaststellen van de verordening Baatbelasting Kreuzelweg heeft de gemeenteraad bepaald dat deze niet jaarlijks met een inflatiecorrectie geïndexeerd wordt.
Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.

Marktgelden
Marktgelden worden geheven voor het innemen van een standplaats tijdens de weekmarkt. In Meerlo, Swolgen en Tienray zijn geen marktdagen en is de heffing van marktgelden niet aan de orde. De promotiegelden die door de marktlieden in het centrum van Horst worden betaald, zijn vanaf 2011 in de heffing van de marktgelden meegenomen.
De promotiegelden worden doorbetaald aan de stichting Centrummanagement Horst aan de Maas die hier vervolgens collectieve activiteiten t.b.v. het promoten van het centrum van Horst mee bekostigt.


Reclamebelasting
Reclamebelasting wordt geheven voor openbare aankondigingen (reclameobjecten) in het centrum van Horst, die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Deze heffing is in 2008 op verzoek van de ondernemers van het centrum van Horst ingevoerd. De opbrengst van de reclamebelasting wordt, onder inhouding van € 5.000, doorbetaald aan de Stichting centrummanagement Horst aan de Maas, die hier vervolgens collectieve activiteiten t.b.v. het promoten van het centrum van Horst mee bekostigt.
De hoogte van het tarief is sinds 2015 afhankelijk van de ligging en de WOZ-waarde van de vestiging en niet meer van de grootte van

Lijkbezorgingsrechten
Lijkbezorgingsrechten zijn vergoedingen voor diverse diensten die de gemeente verricht in het kader van de lijkbezorging. De hoogte van de lijkbezorgingsrechten wordt in overleg met het kerkbestuur vastgesteld.


Leges
Met het heffen van leges dekt de gemeente de kosten die de gemeente maakt voor het leveren van bepaalde diensten. De tarieven zijn gebaseerd op maximale kostendekkendheid. Conform de kadernota 2017 zal een verkennend onderzoek gedaan worden naar de mogelijkheden in de mate van kostendekkendheid van de leges en tarieven van de leges in titel 2 en 3 van de tarieventabel. Hierbij wordt als uitgangspunt genomen het ophogen van deze tarieven naar 80% kostendekking. Dit onderzoek zal in de loop van 2019 worden afgerond.
De kostendekkendheid van de leges 2018 wordt hieronder per titel van de legesverordening inzichtelijk gemaakt:
- Titel 1: Algemene dienstverlening zoals o.a. huwelijksvoltrekkingen/partnerschapsregistratie, inlichtingen uit de basisregistratie personen (BRP), reisdocumenten en rijbewijzen;
- Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunningen;
- Titel 3: Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Onder de laatstgenoemde titel vallen o.a. aanvragen in het kader van de drank- en horecawet en de kinderopvang.

Kwijtschelding
Voor de gecombineerde aanslag gemeentelijke heffingen kan een verzoek tot kwijtschelding worden ingediend. Of iemand voor kwijtschelding in aanmerking komt, hangt af van een aantal factoren. Aan de hand van de financiële situatie beoordeelt de gemeente of iemand voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding in aanmerking komt. Als basis gebruiken we hiervoor wet- en regelgeving en de door de gemeenteraad vastgestelde Leidraad Invordering Gemeentelijke belastingen 2018.
Kwijtschelding is mogelijk voor de volgende heffingen:
- OZB
- Rioolheffing
- Afvalstoffenheffing
Vanaf 2017 is het mogelijk om maandelijks de ontvangen kwijtscheldingsverzoeken bij het Inlichtingenbureau te laten toetsen. Daarom biedt de gemeente vanaf die tijd de mogelijkheid een verkort aanvraagformulier in te vullen. Op basis van dit verkorte formulier vindt de uitvraag bij het Inlichtingenbureau plaats. Als deze toetsing een afwijzing oplevert is het nog altijd mogelijk een volledig aanvraagformulier kwijtschelding in te vullen dat door de gemeente zelf wordt beoordeeld. Het is daardoor mogelijk dat een inwoner zowel een verkorte aanvraag doet als een volledig aanvraagformulier invult.
Er zijn in 2018 meer kwijtscheldingsaanvragen, een stijging van 10,6%, ontvangen dan in 2017. De drempel om een verkort verzoek in te dienen is laag gezien de toename in 2018 ten opzichte van 2017.
Afwijzing op een verkorte aanvraag stimuleert om toch nog een volledige kwijtscheldingsaanvraag in te dienen. Deze volledige aanvragen resulteren meestal, gezien de stijging van het aantal afwijzingen ten opzichte van vorig jaar, in een afwijzing. Daardoor wijkt ook het aantal gevallen 2017 en 2018 waarin geen kwijtschelding is verleend ten opzichte van 2016 af.
In verband met toetsing bij het Inlichtingenbureau waren er eind 2018 nog 3 aanvragen in behandeling.
Het verleende kwijtscheldingsbedrag en het aantal toegekende kwijtscheldingen in 2018 is nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van 2017.
Belastingplichtigen met een eigen woning kunnen ook voor kwijtschelding in aanmerking komen als de woning ‘onder water staat’: het hypotheekbedrag is dan hoger dan de WOZ-waarde. Omdat de eigenwoningbezitters niet alleen een aanslag afvalstoffenheffing maar ook een aanslag OZB en een aanslag rioolheffing ontvangen, is het kwijt te schelden bedrag in deze gevallen hoger.
Ondernemers kunnen ook voor kwijtschelding in aanmerking komen als ze aan de overige voorwaarden voor kwijtschelding voldoen. In 2018 is er geen kwijtschelding verleend aan een ondernemer.

Invordering gemeentelijke belastingen

In 2018 zijn er 10 invorderingsrondes geweest. Het aantal betekende dwangbevelen is ten opzichte van 2017 gedaald. Deze daling heeft er mogelijk mee te maken dat het gebruik van de berichtenbox van MijnOverheid bij meer inwoners bekend is. De verwachting is dat het aantal dwangbevelen in de toekomst, ten opzichte van 2018 nog verder zal dalen.
Het bedrag oninbaar is ten opzichte van 2017 afgenomen. Er zijn minder faillissementen en schuldsaneringsregelingen geweest.